19 Mar 2010 - bron/auteur:
Nico Roest
Voor veel klanten kan het vervallen van de btw-vrijstelling op onderwijs grote financiële gevolgen hebben.
Wij hebben geprobeerd de actuele stand van zaken in kaart te brengen en geven u onderstaand de belangrijkste punten. De ingangsdatum van de nieuwe wetgeving staat gepland op 1 juli 2010. Gezien de ontwikkelingen in onze regering valt deze datum nog te bezien. In ieder geval adviseren wij u vóór 1 juli a.s. contracten af te sluiten voor het 2e halfjaar 2010.
Bij het geven van cursussen en het verzorgen van opleidingen is het de vraag of de onderwijsvrijstelling van toepassing is.
Als deze vrijstelling van toepassing is, heeft de organisatie geen recht op aftrek van OB. onderwijsvrijstelling is op te splitsen in twee delen:
Bij wettelijk geregeld onderwijs kunt u denken aan het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs, het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs. De vrijstelling geldt echter ook voor erkende particuliere instellingen. Naast het wettelijk geregeld onderwijs zijn er ook onderwijsvormen die in de OB-wetgeving specifiek worden genoemd. U kunt dan denken aan commerciële beroepsopleidingen, onderwijs in muziek, dans, drama en beeldende vorming aan jongeren beneden de 21 jaar en aan bijlessen en tentamen- of examentraining. De desbetreffende vrijgestelde onderwijsverstrekkers hoeven geen OB in rekening te brengen en hebben geen recht op aftrek van voorbelasting.
Voorzover onderwijs wordt verstrekt aan aftrekgerechtigde ondernemers werkt de vrijstelling contraproductief.
De onderwijsverstrekker heeft er dan belang bij de dienst als belast te kunnen kwalificeren. Sinds 1 juli 2006 geldt op grond van een Europese verordening voor alle beroepsopleidingen verplicht de OB-vrijstelling, zonder keuzemogelijkheid. Dit ziet volgens het Ministerie van Financiën ook op beroepscursussen, -trainingen e.d. Er was een soepele regeling op grond waarvan de aanbieder min of meer vrij kon opteren voor belastbaarheid dan wel de vrijstelling. Hiervoor gold een overgangsperiode welke een aantal malen is verlengd.
De overgangsregeling is ook in 2009 nog van toepassing. In de brief van de Staatssecretaris van 13 november 2009 inzake Belastingplan 2010 is een verdere overgangsperiode tot 1-1-2011 toegezegd voor lopende contracten.
Voor 2010 wordt in de wet het volgende geregeld:
De vrijstelling voor het niet wettelijk erkende beroepsonderwijs zal gelden voor:
beroepsopleidingen verleend door instellingen uit het door de betrokken brancheorganisaties op te richten Register Kort Beroepsonderwijs;
beroepsopleidingen verleend door de bekostigde instellingen, genoemd in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs of bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs.
De huidige keuzemogelijkheid zal komen te vervallen. Als men "van twee walletjes wil eten" zal men de desbetreffende
cursusactiviteiten in verschillende rechtspersonen moeten onderbrengen. Voorkom dat de in een fiscale eenheid voor de BTW terecht komen.
Het is de bedoeling dat de branche zelf door middel van audits de vrijgestelde opleidingen toetst.
De overgang van belaste naar onbelaste onderwijsactiviteiten, kan forse BTW-consequenties hebben. Vanaf het moment dat de vrijstelling geldt, bestaat geen recht op vooraftrek meer. Verder moet rekening worden gehouden met de herzieningsregeling voor investeringszaken. Dat speelt ook voor de eigenaren van panden die aan onderwijsorganisaties worden verhuurd.
Deze nieuwe regeling zal (waarschijnlijk?) in werking treden op 1 juli 2010. Daarnaast is in overleg met de brancheorganisaties en VNO-NCW besloten tot een overgangsregeling tot 1 januari 2011. Deze overgangsregeling geldt voor het beroepsonderwijs waarvoor contracten zijn afgesloten vóór 1 juli 2010. Voor deze groep gaat de nieuwe regeling uiterlijk in op 1 januari 2011.