05 Dec 2011 - bron/auteur:
RB / Fiscaal up to Date
ERVEN EN SCHENKEN
Voordelen van schenken
Uw erfgenamen kunnen een aanzienlijke besparing van erf- en/of schenkbelasting behalen als u tijdens uw leven (periodiek) aan hen schenkt, waardoor bij overlijden minder erfbelasting verschuldigd zal zijn. Door de progressie in het tarief en de mogelijkheid om de vrijstellingen van het schenkingsrecht te benutten, is het daarnaast vaak voordeliger om geleidelijk door middel van jaarlijkse schenkingen uw vermogen te verminderen. U kunt daarbij overwegen om aan de schenking een uitsluitingsclausule te verbinden. Daarmee wordt bereikt dat het geschonken bedrag privévermogen blijft van uw eigen kind.
Vrijstellingen
Ouders kunnen jaarlijks aan ieder van hun kinderen een schenking doen, zonder dat het kind daarover schenkbelasting verschuldigd is. Voor 2011 kunt u binnen deze algemene vrijstelling maximaal € 5.030 per kind schenken. Voor kinderen van 18 tot en met 34 jaar mag u eenmalig € 24.144 belastingvrij schenken. U kunt op basis van een goedkeuring ook van de eenmalig verhoogde vrijstelling gebruik maken als uw eigen kind buiten de leeftijdscategorie valt, maar zijn of haar partner (echtgenoot of geregistreerde partner) nog niet. Als meer geschonken wordt dan het vrijgestelde bedrag dan is het kind over het meerdere schenkbelasting verschuldigd. Over dit meerdere tot € 118.708 bedraagt de schenkbelasting voor kinderen 10%, daarboven is 20% verschuldigd. De hoge (eenmalige) vrijstelling schenkbelasting geldt per ouderpaar en geldt dus niet per ouder. Ook als de ouders gescheiden zijn, kan de vrijstelling dus maar één keer benut worden. Aan overige personen (zoals bijvoorbeeld kleinkinderen of derden) kunt u jaarlijks onbelast een bedrag van maximaal € 2.012 schenken. Een bijkomend voordeel voor de schenker om nog schenkingen in 2011 te doen, is dat het bij de schenker de box 3-heffing bespaart. Hiertegenover staat dat de ontvanger van de schenking zijn box 3 vermogen ziet toenemen en dus wellicht (meer) inkomstenbelasting is verschuldigd.
Schenking van € 50.300 aan kind voor eigen woning of studie
Er geldt een eenmalig verhoogde vrijstelling voor een schenking van maximaal € 50.300 van ouders aan een kind van 18 tot 35 jaar, als het kind de schenking gebruikt voor de aankoop van een eigen woning, de kosten voor verbetering of onderhoud van een eigen woning, de afkoop van een recht van erfpacht, opstal, of beklemming en een aflossing van de eigenwoningschuld. Daarnaast mag de schenking gebruikt worden voor het betalen van de kosten van een studie of een opleiding voor een beroep. De kosten voor een dergelijke studie moeten minstens € 20.000 per jaar bedragen. Van deze schenkingen moet een notariële akte worden opgemaakt. Als de schenking wordt gebruikt voor de aankoop van een eigen woning van het kind moet dat in de akte van levering van die woning worden opgenomen. Als al vóór 2010 gebruik is gemaakt van de verhoogde schenkingsvrijstelling (in 2009 bedroeg deze bijvoorbeeld € 22.760), dan geldt er een overgangsregeling. In dat geval kan door een ouder aan een kind voordat het kind 35 jaar wordt, alsnog een eenmalige vrijgestelde schenking van € 26.156 worden gedaan. Die schenking moet dan wel gebruikt worden voor de aankoop van een eigen woning. De vrijstelling geldt niet als de schenking gebruikt wordt voor een studie of opleiding.
Aangifte schenkbelasting
Als u in 2011 een schenking doet of heeft gedaan boven de algemene vrijstellingen van€ 5.030 of € 2.012, moet u vóór 1 maart 2012 aangifte schenkbelasting doen. Het schenken binnen de eenmalig verhoogde vrijstelling van€ 24.144 of € 50.300 moet u ook in een aangifte schenkbelasting aangeven, onder vermelding dat van deze vrijstelling gebruik wordt gemaakt. De Belastingdienst moet immers weten of en zo ja, voor welk bedrag de schenkingsvrijstelling is benut.
Schenkingsobjecten
De meest gangbare schenking is de schenking in contanten. Het is ook mogelijk om bijvoorbeeld een schenking te doen in de vorm van een overdracht van onroerende zaken, een kunstcollectie of effecten. De schenker hoeft niet per se de macht over het geschonken vermogen te verliezen. Als sprake is van een schenking onder schuldigerkenning, schenking van gecertificeerd vermogen, herroepelijke schenkingen of schenkingen onder bewind, verliest de schenker de macht niet. Een vermogensbestanddeel dat geschonken wordt onder schuldigerkenning, valt in box 3, zowel voor de schenker (als schuld) als voor de begiftigde (als bezitting). Over de schuld moet jaarlijks 6% rente worden betaald. Deze rente speelt in de inkomstenbelasting zowel voor de ontvangende als de betalende partij geen rol. Als de rente niet aan uw kind wordt betaald, dan gaat de Belastingdienst ervan uit dat het bedrag van de schenking bij uw overlijden door uw kind krachtens erfrecht is verkregen en mist het dus zijn doel. In dat geval is immers alsnog erfbelasting verschuldigd en dat is nu juist niet de bedoeling. Zorg er daarom voor dat de rente jaarlijks wordt betaald en dat u van de schenking onder schuldigerkenning een notariële akte laat opmaken.
Fiscaal partnerschap
Voor echtgenoten geldt een hoge vrijstelling als één van de echtgenoten komt te overlijden. Ook samenwoners kunnen van die hoge vrijstelling gebruik maken maar dan moeten zij wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Slechts de samenwoners die over een notarieel samenlevingscontract beschikken, een gezamenlijk kind hebben of een gezamenlijke woning bezitten, zijn elkaars fiscale partner. Bij de schenk- en erfbelasting is als aanvullende voorwaarde gesteld dat de samenwoners in het samenlevingscontract een wederzijdse zorgplicht opgenomen hebben. Als de samenwoners op 1 januari 2011 nog geen notarieel samenlevingscontract hebben, maar in de loop van 2011 wel en ze staan op 1 januari 2011 op hetzelfde adres ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie, dan zijn zij toch elkaars fiscale partners voor 2011. Op grond van overgangsrecht geldt voor samenwoners pas vanaf 1 januari 2012 het vereiste dat zes maanden voorafgaand aan het overlijden sprake moet zijn van een notarieel samenlevingscontract. Haast is dus geboden als u in 2011 nog niet aan deze voorwaarde heeft voldaan.
Geld uitlenen aan uw kind
Het kan interessant zijn om uw kind geld te lenen voor de aankoop van een eigen woning of voor een onderneming. Voor de ouder vormt de lening een bezitting in box 3 waarover 1,2% belasting verschuldigd is (ofwel 30% van 4%), maar voor het kind is de lening voor een eigen woning of de onderneming een schuld in box 1 waarvan de rente in aftrek kan komen op het box 1 inkomen. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de ouder 4% rendement haalt over de lening aan het kind (dit is het rendementspercentage box 3). Als de ouder een hoger percentage dan die 4% in rekening brengt aan het kind, heeft dit bij de ouder geen gevolgen voor de belastingheffing. Bij het kind is als eigenwoningrente het hogere percentage in box 1 tegen het progressieve tarief aftrekbaar. Het is mogelijk dat de ouder de hogere rente door middel van schenkingen terugschenkt aan het kind. Zorg ervoor dat het kind de rente daadwerkelijk betaalt, anders heeft het kind geen recht op de renteaftrek.
GOED DOEL
Giftenaftrek
De giftenaftrek wordt per 1 januari 2012 voor bv´s voordeliger in die zin dat de huidige aftrekdrempel van € 227 komt te vervallen. Daarnaast kan een bv in plaats van de huidige 10% vanaf 2012 maximaal 50% van de belastbare winst als giften in aftrek brengen met een maximum van € 100.000. Verder geldt zowel in de inkomstenbelasting als in de vennootschapsbelasting met ingang van 2012 een extra faciliteit voor giften die gedaan worden aan een culturele instelling. Voor de berekening van het aftrekbare giftenbedrag mogen de giften aan een culturele instelling met 1,25 vermenigvuldigd worden, met een absoluut maximum van € 1.250. Dit betekent dat de verhoging van 25% wordt toegepast over maximaal € 5.000 van de aan de culturele instelling gedane giften. Het is daarom voordeliger om giften aan culturele instellingen door te schuiven naar 2012.
Negatieve giftenaftrek
Het is tot en met 2011 mogelijk om een fiscaal aftrekbare gift aan een algemeen nut beogende instelling te doen onder een ontbindende voorwaarde. Als de gift vervolgens wordt teruggedraaid, leidt dat tot en met 2011 niet tot het terugnemen van de fiscaal aftrekbare gift. Dit gaat per 1 januari 2012 veranderen in die zin dat een negatieve giftenaftrek wordt geïntroduceerd. Een gift die wordt herroepen, moet bij het inkomen geteld worden. Is in het verleden een gift gedaan onder een ontbindende voorwaarde, dan is 2011 het laatste jaar dat de gift zonder fiscale gevolgen kan worden teruggedraaid.
Ondernemingsvermogen
Het kan fiscaal voordelig zijn om ondernemingsvermogen of een pakket aanmerkelijk belangaandelen in een eigen bv (geleidelijk) te schenken aan uw kind(eren). De toekomstige waardestijging van de onderneming of de bv komt daardoor (deels) toe aan de kinderen. Daarnaast zal bij overlijden het vermogen van de overledene lager zijn, waardoor minder erfbelasting verschuldigd is. Wordt ondernemingsvermogen of een pakket aanmerkelijk belangaandelen geschonken, dan geldt onder voorwaarden een vrijstelling voor de schenkbelasting. Deze vrijstelling bedraagt 100% voor een going-concernwaarde van de onderneming tot maximaal € 1.006.000. Als de going-concernwaarde van de onderneming hoger is dan € 1.006.000, geldt een vrijstelling van 83%. Bij gebruikmaking van de regeling, kan de verkrijger bovendien voor de verkrijging van een bepaald deel van het verkregen ondernemingsvermogen gedurende tien jaar rentedragend uitstel van betaling van de verschuldigde schenkbelasting krijgen. Laat u zich over deze ingewikkelde problematiek en de hierbij te vervullen voorwaarden vooraf goed adviseren.
(BE)LONEN
Beoordeel of de keuze voor de werkkostenregeling in 2012 voordeliger is
Per 1 januari 2011 is de werkkostenregeling ingevoerd, een regeling voor belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen en voor secundaire arbeidsvoorwaarden. De regeling houdt in dat de werkgever tot maximaal 1,4% van de totale fiscale loonsom, de zogenoemde vrije ruimte, kan besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Daarnaast kunnen bepaalde zaken onbelast vergoed of verstrekt worden door gebruik te maken van gerichte vrijstellingen. Onder de gerichte vrijstellingen vallen: reiskosten voor het werk (1), kosten van tijdelijk verblijf in het kader van het werk (2), kosten van cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en kosten van outplacement (3), studiekosten, het volgen van een procedure ter erkenning van verworven competenties, de kosten van een verplichte inschrijving in een beroepsregister (4), extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking (5), kosten van verhuizing voor het werk en de kosten van het overbrengen van de boedel (6).
Tot en met 2013 mag nog gekozen worden voor voortzetting van de huidige regeling(en) voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. De werkkostenregeling kent zowel voor- als nadelen. De komende twee jaar mag nog gewisseld worden tussen de beide systemen. Een keuze in 2012 voor de werkkostenregeling verplicht u niet om in 2013 ook die regeling toe te passen. Om in 2014 niet voor verrassingen te komen te staan is het aan te raden om al in 2012 te gaan proefdraaien met de werkkostenregeling.
Auto van de zaak
Als een werknemer met een door de werkgever ter beschikking gestelde auto minder dan 500 kilometer op kalenderjaarbasis privé rijdt, bedraagt de bijtelling 0%. In dat geval kan bij de Belastingdienst een 'verklaring geen privégebruik' aangevraagd worden. Na ontvangst van de verklaring geen privégebruik geeft de werknemer een afschrift daarvan aan de werkgever, die vervolgens geen privégebruik van de auto bij het loon hoeft te tellen. Iedere werknemer die een verklaring geen privégebruik aanvraagt, kan een brief van de Belastingdienst krijgen met het verzoek een onderbouwing te geven dat met de auto op jaarbasis minder dan 500 kilometer privé wordt gereden. Onlangs besliste de Hoge Raad dat ook de kilometers die gemaakt worden om thuis te lunchen, zakelijke kilometers zijn. Deze ritjes hebben in het geval van een kilometeradministratie dus geen effect op de maximaal 499 te rijden privé kilometers. Vanaf 2012 bent u verplicht direct aan de Belastingdienst te melden wanneer u constateert dat u meer dan 500 kilometers privé zult gaan rijden. U wordt vanaf 2012 extra beboet als u dit nalaat.
Als de werknemer een duurdere auto wil rijden dan zal een werkgever vaak verlangen dat de werknemer een (hogere) eigen bijdrage betaalt. Deze bijdrage kan in beginsel in mindering worden gebracht op de bijtelling privégebruik auto, maar dan moet de werkgever wel schriftelijk verklaren dat de duurdere auto zakelijk gezien niet nodig is. Met andere woorden: de bijdrage moet betrekking hebben op het privégebruik van de auto van de zaak. De werkgever moet dit goed vastleggen in zijn administratie. Overweeg om een zuinige auto te gaan rijden. In 2012 gelden diverse percentages voor bijtellingen van een auto van de zaak. De uitstoot van CO2 is daarbij het uitgangspunt. Het is voor de bijtelling fiscaal aantrekkelijk om een zuinige auto te kopen vóór 1 juli 2012
Verdeel bijtelling auto van de zaak over dga en echtgenoot
Voor de directeur-grootaandeelhouder die samen met zijn partner op de loonlijst van de bv staat, kan het voordelig zijn de bijtelling voor het privégebruik auto te delen. Dit kan uiteraard slechts als één auto ter beschikking is gesteld die aan beide partners ter beschikking wordt gesteld. Het voordeel hiervan is dat de bijtelling over beiden wordt verdeeld. Als een van de partners een hoger inkomen heeft dan de andere partner, kan dit tot een lager bedrag aan loonheffing leiden over een deel van de bijtelling.
Diverse regelingen voor bestelauto's
Voor een werknemer met een bestelauto geldt in beginsel dat aangetoond moet worden dat met de bestelauto niet meer dan 500 kilometer per jaar privé wordt gereden. Omdat het bijhouden van een kilometeradministratie voor bestelautorijders vaak nogal lastig is omdat veel ritten op één dag worden gemaakt, geldt er een vereenvoudigde rittenadministratie voor bestelauto’s. Zo hoeft niet alle informatie per rit vastgelegd te worden als die informatie maar uit de administratie van de werkgever blijkt. Daarbij kan gedacht worden aan de bezochte zakelijke adressen. In dat geval moeten werkgever en werknemer schriftelijk zijn overeengekomen dat de werknemer deze vereenvoudigde rittenregistratie bijhoudt, dat geen privégebruik van de bestelauto tijdens werk- en lunchtijd is toegestaan en dat de werkgever de zakelijke adressen in zijn administratie beschikbaar heeft.
Per 1 januari 2012 wordt voor bestelautorijders een ’verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ ingevoerd. Met deze verklaring wordt aangegeven dat de bestelauto uitsluitend voor zakelijke doeleinden wordt gebruikt, en dat met de bestelauto geen kilometer privé wordt gereden. In deze situatie hoeft geen rittenregistratie te worden gevoerd, vanaf het moment dat de inspecteur heeft aangegeven dat hij de verklaring heeft ontvangen. Als de bestelauto weer privé wordt gebruikt, moet dat gemeld worden aan de Belastingdienst. Als bij de Belastingdienst een vermoeden bestaat van privé gebruik kan de werknemer of de inhoudingsplichtige worden verzocht aan te tonen dat sprake was van zakelijke ritten.
Naast de voorgaande regelingen is het mogelijk dat voor een bestelauto geen bijtelling in aanmerking genomen hoeft te worden. Dat is het geval als de bestelauto nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Het is aan te raden om met de Belastingdienst te overleggen of een bepaalde bestelauto onder deze categorie valt. Daarnaast kan een bijtelling voor een bestelauto achterwege blijven als sprake is van doorlopend afwisselend gebruik van de bestelauto door verschillende bestuurders. De werkgever is in dat geval wel € 300 per jaar verschuldigd aan loonbelasting. Een bijtelling hoeft verder ook niet plaats te vinden als de werkgever het privégebruik van de bestelauto (schriftelijk) heeft verboden of als de werkgever niet heeft toegestaan dat de bestelauto mee naar huis wordt genomen.
Benut de verhuiskostenvergoeding
Als geen gebruik wordt gemaakt van de werkkostenregeling kan de werkgever een onbelaste verhuiskostenvergoeding geven aan zijn werknemer als die voor werk moet verhuizen. De kosten van het overbrengen van de boedel mogen belastingvrij vergoed worden plus een vergoeding voor herinrichting van € 7.750. Om voor de vergoedingen in aanmerking te komen moet de werknemer op meer dan 25 kilometer van zijn werk wonen en verhuizen naar een plaats die minder dan 10 kilometer van zijn werk ligt. De verhuizing moet plaatsvinden binnen twee jaar na de aanvaarding van een nieuwe dienstbetrekking of na overplaatsing. Als een werknemer minder dan 25 kilometer maar meer dan 10 kilometer van zijn werk woont en verhuist naar een plaats die minder dan 10 kilometer van zijn werk ligt, kan de vergoeding ook nog worden betaald. In dat geval moet hij wel kunnen aantonen dat hij uit zakelijk oogpunt verhuist.
Spaarloonregeling en opname van spaarloontegoed
Per 1 januari 2012 vervalt de spaarloonregeling. Als de werknemer per 1 januari 2011 in dienst is gekomen en als nog geen gebruik is gemaakt van de spaarloonregeling dan kan in 2011 nog eenmalig maximaal € 613 van het brutoloon zonder inhouding van sociale premies en loonheffing gestort worden. De werkgever is over het spaarloon 25% eindheffing verschuldigd. Het opgebouwde vermogen op de spaarloonrekening valt op 1 januari 2012 vrij, maar het is ook toegestaan het tegoed te laten staan op de geblokkeerde spaarrekening. Als de voorwaarden van de spaarloonregeling in acht worden genomen, dan blijft voor die tegoeden de vrijstelling in box 3 tot 2016 in stand. De tegoeden worden dan jaarlijks gedeeltelijk vrijgegeven.
Levensloopregeling
De levensloopregeling wordt vanaf 1 januari 2012 alleen opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 minimaal € 3.000 (inclusief rendement) op hun levensloopregeling hebben staan. Voor deze deelnemers geldt een overgangsregeling maar zij zijn niet verplicht deel te nemen aan deze overgangsregeling levensloopregeling. Zij mogen het spaartegoed in 2013 namelijk onbelast doorstorten naar de in 2013 in te voeren regeling ‘vitaliteitssparen. Als een levensloopdeelnemer minder dan € 3.000 op de levensloopregeling heeft staan kan het tegoed in 2012 of in 2013 voor verlof worden opgenomen of kan het in 2013 onbelast doorgestort worden naar vitaliteitssparen.
Consumpties op het werk
De werkgever mag gratis consumpties verstrekken aan de werknemer. Doet de werkgever dat niet, dan kan hij er ook voor kiezen een vrije vergoeding te geven van € 0,55 per dag. De vergoeding mag ook worden gegeven als thuis wordt gewerkt en dat geldt ook voor de directeur-grootaandeelhouder. Pas met deze regeling op als de werkkostenregeling wordt toegepast want een vergoeding in geld is in die situatie niet vrijgesteld.
Renteloze lening aan werknemer
Een werkgever kan aan een werknemer, onder bepaalde voorwaarden, een renteloze lening verstrekken. Als de personeelslening wordt gebruikt voor de aanschaf/verbetering/onderhoud van een eigen woning (in box 1) of wordt gebruikt voor zaken die geheel of nagenoeg geheel belastingvrij vergoed hadden kunnen worden (bijvoorbeeld een computer of een telewerkplek), dan leidt de renteloze lening niet tot een bijtelling op het loon. De werknemer moet een schriftelijke verklaring afgeven waarin staat dat de werknemer de lening gebruikt heeft voor de koop van een eigen woning die tevens hoofdverblijf is. De werkgever moet deze verklaring bij zijn loonadministratie bewaren.
Het is ook mogelijk een laagrentende of renteloze lening aan de werknemer te verstrekken voor andere zaken. In dat geval wordt het verschil tussen de normrente van 2,5% en het lagere werkelijke rentepercentage tot het loon gerekend. Maar zelfs met deze bijtelling kan het heel aantrekkelijk zijn om te lenen van de werkgever. Het is toegestaan het rentevoordeel in het laatste loontijdvak van het kalenderjaar tot het loon te rekenen, tenzij de dienstbetrekking eerder eindigt.
Het kan voor zowel werkgever als werknemer fiscaal interessant zijn als de werknemer een lening verstrekt aan de werkgever. Het voordeel daarvan is dat de rente die de werknemer ontvangt hoger kan zijn dan de rente die hij anders over zijn spaargeld ontvangt. De werkgever betaalt een lagere rente dan hij anders aan de bank verschuldigd zou zijn. Voor de werknemer is de hogere rente niet belast omdat hij in box 3 over zijn vermogen (en niet over zijn rente-inkomsten) wordt belast. Een hogere rente heeft op box 3 geen effect. Voor de directeur-grootaandeelhouder (dga) is de regeling minder geschikt omdat de gelden die hij aan zijn bv uitleent, onder de terbeschikkingsregeling vallen en in dat geval is de rente progressief belast in box 1.
PENSIOENEN
Pensioenen
Een bv mag voor haar dga een pensioen in eigen beheer vormen, mits de dga een belang van 10% of meer heeft in zijn werkgever/de bv. Zorg er voor dat de pensioenbrief voldoet aan de fiscale regels.
Banksparen
Deze regeling maakt het mogelijk om fiscaal vriendelijk te sparen voor uw eigen woning of te sparen voor een lijfrente in verband met een pensioentekort of gouden handdruk. Door middel van een geblokkeerde rekening kunt u in geld of beleggingen sparen voor de aflossing van uw woning of voor uw oude dag. Het voordeel van deze regeling is dat de kosten van zo'n bankproduct veel lager zijn dan van de traditionele verzekeringen bij verzekeringsmaatschappijen. Hierdoor kan van uw inleg meer geld overblijven voor het oorspronkelijke doel van het sparen. Premies voor lijfrente in verband met een pensioentekort die u in de aangifte 2011 wilt aftrekken moeten in 2011 daadwerkelijk zijn betaald. U kunt geen premies betaald in 2012 terugwentelen naar 2011! Bepaal met uw adviseur de maximaal aftrekbare premies (benut de jaarruimte en reserveringsruimte maximaal).
Bijgevoegd de eindejaarstips van onze beroepsvereniging i.s.m. de kamer van koophandel:
Attachment: Eindejaarstips NBA met KVK.pdf